Next: Slater-determinanten
Up: Aantekeningen bij het college
Previous: Eén-elektron spin operatoren
Het werken met spin voor meer elektronen is niet wezenlijk veel moeilijker dan voor één elektron. De spin-operatoren
,
en
zijn namelijk gewoon sommen van spin-operatoren die op één elektron werken en de andere ongemoeid laten. We kunnen dit wat formeler opschrijven, bijvoorbeeld in het geval van twee elektronen:
 |
(74) |
Aangezien zowel de eenheidsoperator
als de
Hermitisch zijn, zijn de
dat ook. Zij hebben ook dezelfde commutatierelaties als de impulsmomentoperatoren van vgl. (51), immers
Uitschrijven van de andere commutatoren leert ons dat we weer cyclisch mogen verwisselen. Uit
,
en
kunnen we weer een operator
bakken, en met de commutatierelaties [zie vgl. (54)] volgt dan onmiddellijk dat
![\begin{displaymath}[\hat{S}^2,\hat{S}_x]= [\hat{S}^2,\hat{S}_y] = [\hat{S}^2,\hat{S}_z] = 0 .
\end{displaymath}](img261.gif) |
(76) |
Merk op dat
níet gelijk is aan
.
Uitschrijven geeft immers
Aangezien de twee-elektron spin operatoren zich op dezelfde manier gedragen als de één-elektron spin operatoren, verwachten we dat we weer eigenfuncties
van
en
kunnen maken, die voldoen aan
 |
(78) |
Deze eigenfuncties liggen ergens in de directe productruimte van twee één-elektron spinruimtes. Aangezien de functies
en
een basis voor de één-elektron spin ruimte vormen, wordt een basis voor de twee-elektron spinruimte gegeven door
Met behulp van de definitie van het inprodukt in de direct produkt ruimte, vgl. (37), en de orthonormaliteit van de één-elektron spinfuncties vgl. (65), zien we dat ook dit een orthonormale basis is.
Al deze functies zijn eigenfuncties van
.
Neem bijvoorbeeld de functies
,
dan zien we dat
 |
(79) |
Op dezelfde manier vinden we
 |
= |
0, |
(80) |
 |
= |
0, |
(81) |
 |
= |
 |
(82) |
Als we echter met
op de basisfuncties willen gaan werken, krijgen we een probleem. We weten immers niet wat
en
op de één-elektron functies doen. Hoewel we dit wel kunnen uitrekenen, kiezen we hier voor een alternatieve aanpak. We definiëren opnieuw ladderoperatoren
als
 |
(83) |
en van de
weten we wel wat ze op
en
doen. Aangezien de twee-elektron spin operatoren aan dezelfde commutatierelaties voldoen als de corresponderende één-elektron operatoren kunnen we nu vgl. (73) omschrijven tot
In deze vorm kunnen we wel uitrekenen wat S2 op de basisfuncties doet:
 |
= |
 |
|
| |
= |
 |
|
| |
= |
 |
|
| |
= |
 |
(86) |
 |
= |
 |
|
| |
= |
 |
|
| |
= |
 |
|
| |
= |
 |
(87) |
 |
= |
 |
|
| |
= |
 |
|
| |
= |
 |
|
| |
= |
 |
(88) |
 |
= |
 |
|
| |
= |
 |
|
| |
= |
 |
|
| |
= |
 |
(89) |
Uit vgl. (90) en (93) blijkt dat
en
al eigenfuncties zijn van
,
met eigenwaarde
S(S+1) = 2, zodat voor deze functies het quantumgetal S = 1. Het enige probleem ligt dus bij de functies
en
.
Uit vgl. (84) en (85) weten we dat ze beide dezelfde eigenwaarde bij
hebben. Maar dan weten we ook dat iedere lineaire combinatie van
en
een eigenfunctie van
is, bij dezelfde eigenwaarde. De kunst is dus nu twee lineaire combinaties te vinden die lineair onafhankelijk zijn, én eigenfuncties van
.
Een manier om dat te doen is het eigenwaarde probleem
op te lossen in de basis
,
waar
S2 de matrix van
in deze basis is (en dus níet het kwadraat van de overlap matrix. Deze laatste komt in de vergelijking niet voor omdat de basis orthonormaal is). We kunnen de goede lineaire combinaties in dit geval echter ook meteen raden: zowel
als
zijn gelijk aan
.
Als we dus de som en het verschil van beide functies pakken, dan zien we meteen
waarbij de eerste functies dus een S = 1 heeft, en de tweede functie S = 0. We kunnen deze functies nog normeren met een voorfactor
.
Dan hebben we uiteindelijk vier orthonormale twee-elektron eigenfuncties van zowel
als
geconstrueerd die voldoen aan vgl. (82):
De eerste drie functies horen bij S = 1, en bijbehorende MS = -1, 0 of 1. Omdat het er drie zijn worden ze ook wel triplet-functies genoemd. De laatste functie heeft
S = 0, MS = 0, en is een singlet-functie. We zien dat alle triplet-functies symmetrisch zijn onder verwisseling van beide elektronen. Aangezien het Pauli-postulaat eist dat de totale golffunctie antisymmetrisch is onder verwisseling van twee identieke fermionen, hoort hier dus een antisymmetrisch baangedeelte bij. De singlet-functie is antisymmetrisch onder verwisseling van de beide elektronen, en hoort dus bij een symmetrisch baangedeelte.
Voor meer elektronen is het verhaal in principe hetzelfde: construeer spin-operatoren als een som van spin-operatoren die maar op één elektron werken, maak een basis voor de spinruimte door directe produkten te nemen van één-elektron spinfuncties, en zoek in deze basis eigenfuncties van
en
.
Next: Slater-determinanten
Up: Aantekeningen bij het college
Previous: Eén-elektron spin operatoren
Gerrit Groenenboom
2003-09-10