Next: Even terug naar de
Up: Aantekeningen bij het college
Previous: Lineaire afbeeldingen, operatoren, eigenwaarden
Stel V is een lineaire ruimte, en
is een operator op V. Het is dan te bewijzen dat er een unieke operator
bestaat, zodanig dat voor elke twee vectoren
geldt dat
 |
(19) |
Meer specifiek geldt dus voor de basisvectoren
 |
(20) |
zodat voor de elementen van de matrix van
ten opzichte van de basis
geldt dat
,
of andersom
.
We kunnen de matrix van
dus krijgen door de rijen en kolommen van
A te verwisselen, en complex te conjugeren. Omdat vgl. (19) voor willeurige vectoren uit V geldt, kunnen we voor het operatorprodukt
schrijven
 |
(21) |
zodat de Hermitisch geconjugeerde van
wordt gegeven door
 |
(22) |
Een Hermitische operator
is een operator waarvoor geldt dat
 |
(23) |
We weten dan dus onmiddellijk dat voor de matrixelementen van
moet gelden dat
Hij = Hji*. Stel nu dat
een eigenwaarde van een Hermitische operator is, en
de bijbehorende eigenvector. Dan geldt
 |
(24) |
maar ook
 |
(25) |
zodat geldt
,
ofwel, eigenwaarden van een Hermitische operator zijn reëel. Stel verder dat
een andere eigenvector van
is, bij een eigenwaarde
.
Dan geldt
waarbij we gebruikt hebben dat
reëel is. Dan zijn er twee mogelijkheden:
-
,
maar dan moet gelden
,
ofwel eigenvectoren van een Hermitische operator bij verschillende eigenwaarden staan altijd loodrecht op elkaar.
-
.
In dat geval vertelt vgl. (14) ons dat elke lineaire combinatie van
en
ook een eigenvector is van
bij dezelfde eigenwaarde. Dan kunnen we dus ook twee lineaire combinaties maken die loodrecht op elkaar staan (bijvoorbeeld
en
).
Next: Even terug naar de
Up: Aantekeningen bij het college
Previous: Lineaire afbeeldingen, operatoren, eigenwaarden
Gerrit Groenenboom
2003-09-10