Next: About this document ...
Up: Computer practikum QCB III,
Previous: Lineaire vergelijkingen
Het eigenwaardenprobleem
 |
(12) |
kan herschreven worden als
 |
(13) |
met
B(e) = A - e I, waarbij I een éénheidsmatrix is.
Vgl. (13) heeft alleen niet-triviale oplossingen als
B(e) singulier is. Neem
 |
(14) |
Opgave 3.1
Maak een plot van

voor
![$e\in[-5,8]$](img35.gif)
en schat de laagste eigenwaarde
e1 van de matrix
A.
Opgave 3.2
Gebruik de routine fzero om een nauwkeurigere
waarde voor e1 te vinden.
Als de eigenwaarde heel erg nauwkeurig bepaald is kunnen we de
eigenvector die voldoet aan
 |
(15) |
vinden zoals bij opgave 2.7. Hier volgen we een andere methode.
Als we aannemen dat
niet toevallig
precies 0 is, mogen we
gelijk aan 1 nemen.
Door dit in te vullen in vgl. (15) kunnen we het stelsel
partitioneren
 |
(16) |
Uitschrijven geeft
Opgave 3.3
Los

op uit vlg. (
18). Construeer en normeer
de vector

.
Opgave 3.4
Genereer een random vector met componenten tussen -1 en 1(
x=2*rand(3,1)-1) en bereken het zogenaamde Rayleigh quotient
 |
(19) |
Het is eenvoudig te bewijzen dat
.
Opgave 3.5 (*)
Probeer een benadering van de laagste eigenwaarde en bijbehorende
eigenvector te vinden door in een loop 100 random vectoren te
testen met het Rayleigh quotient. Wat is de hoek tussen de
benaderde eigenvector en de

uit opgave
3.3 ?
Opgave 3.6
Gebruik de MATLAB routine ``eig'' om alle eigenvectoren
en eigenwaarden van A te vinden.
Opgave 3.7
Gebruik de routine ``
sort'' om de eigenwaarden en bijbehorende
eigenvectoren te sorteren zodat

.
Next: About this document ...
Up: Computer practikum QCB III,
Previous: Lineaire vergelijkingen
Gerrit Groenenboom
2008-04-20