Next: MATLAB scripts
Up: Matlab
Previous: Rekenen
Een belangrijk voordeel van MATLAB is dat je heel
eenvoudig met matrices en vectoren kunt werken.
Een lineaire combinatie
 |
(1) |
wordt berekend met
c = 2*a + 3*b
We hebben al gezien hoe je een matrix in kunt voeren door
alle elementen te geven. De kolommen van een matrix
zijn op te vatten als vectoren. Je kunt (kolom) vectoren
die even lang zijn samenvoegen tot een matrix door ze
naast elkaar te zetten
C = [ a b ]
Vraagje: wat gebeurt er in dit statement:
C2 = [ a' ; b' ]'
Nu we weten hoe we vectoren naast elkaar in een matrix
kunnen zetten kunnen we gebruik maken van het matrix-vector
product om een lineaire combinatie van vectoren te
berekenen:
x = [2; 3]
c = C * x
Ter herinnering: een matrix-vector product
 |
(2) |
is gedefinieerd door
 |
(3) |
Je kunt de elementen van een matrix er weer uit halen met
c11 = C(1,1)
c21 = C(2,1)
enz.
Je kunt ook een hele kolom tegelijk uit een matrix halen:
a2 = C(:,1)
b2 = C(:,2)
Dit is eigenlijk een verkorte notatie van
b2 = C(1:end,2)
Omdat in dit geval de matrix drie rijen heeft is dit
hetzelfde als
b2 = C(1:3,2)
waarbij 1:3 een verkorte notatie is van
[1 2 3]. Je kan deze index-vector ook eerst in een
variabele stoppen
ind = 1:3
b2 = C(ind,2)
Deze notatie is op een logische manier uit te breiden,
probeer b.v.
D = C([1 3],:)
Next: MATLAB scripts
Up: Matlab
Previous: Rekenen
Gerrit Groenenboom
2002-09-05