next up previous contents
Next: Rekenen Up: Matlab Previous: Matlab

Invoeren van vectoren en matrices

Een rijvector met drie elementen wordt ingevoerd met, b.v.,
   a = [ 7 1 -2]
Een matrix wordt per rij ingevoerd. MATLAB onderscheidt hoofd- en kleine letters en het is een goede gewoonte om voor matrices hoofdletters te gebruiken, dus, b.v.
   A = [ 0.3 1e2 10; -0.1 3 4; 1 5 2]
Een kolom vector kun je ook opvatten als een rechthoekige matrix. De vector b had dus ook ingevoerd kunnen worden met:
   b = [ 4 ; 5 ; -0.2]
Per definitie is de transpose ${\bf A}^T$ van een matrix ${\bf A}$ de matrix waarvan de elementen gegeven zijn door $({\bf A}^T)_{i,j}={\bf A}_{j,i}$. In MATLAB wordt de enkele quote gebruikt voor de transpose:
   At = A'
De vector ${\bf b}$ had dus ook ingevoerd kunnen worden met
   b = [ 4 5 -0.2 ]'
Let op: MATLAB kan ook met complexe getallen werken. De enkele quote geeft eigenlijk de complex geconjugeerde van de transpose van de matrix (``de hermitische toegevoegde''). Voor een matrix met alleen reële getallen maakt dit niets uit.

Het commando

   a = a(:)
maakt van de rij vector a een kolom vector, zonder complex conjugeren. Als a al een kolom vector was geweest gebeurt er niets.



Gerrit Groenenboom
2002-09-05