a = [ 7 1 -2]Een matrix wordt per rij ingevoerd. MATLAB onderscheidt hoofd- en kleine letters en het is een goede gewoonte om voor matrices hoofdletters te gebruiken, dus, b.v.
A = [ 0.3 1e2 10; -0.1 3 4; 1 5 2]Een kolom vector kun je ook opvatten als een rechthoekige matrix. De vector
b had dus ook ingevoerd kunnen worden met:
b = [ 4 ; 5 ; -0.2]Per definitie is de transpose
At = A'De vector
b = [ 4 5 -0.2 ]'Let op: MATLAB kan ook met complexe getallen werken. De enkele quote geeft eigenlijk de complex geconjugeerde van de transpose van de matrix (``de hermitische toegevoegde''). Voor een matrix met alleen reële getallen maakt dit niets uit.
Het commando
a = a(:)maakt van de rij vector
a een kolom vector, zonder complex conjugeren.
Als a al een kolom vector was geweest gebeurt er niets.